Vervaltermijnen voor aansprakelijkheid bij verborgen gebreken in consumentenovereenkomsten

Dit artikel bespreekt een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2024 over vervaltermijnen voor aansprakelijkheid bij verborgen gebreken onder de AVA 2013-algemene voorwaarden die worden gebruikt in Nederlandse bouwcontracten. Het hof oordeelde dat deze vervaltermijnen onredelijk bezwarend en oneerlijk zijn jegens consumenten, en daarom niet aan hen kunnen worden tegengeworpen. Het stuk legt het onderliggende geschil uit tussen een woningeigenaar en een aannemer, en vergelijkt het vervalregime van de AVA 2013 met de wettelijke verjaringstermijnen uit het Burgerlijk Wetboek. Het bespreekt ook de bredere gevolgen voor de Nederlandse bouwsector, aangezien vergelijkbare vervalbedingen in de meeste standaard bouwvoorwaarden voorkomen.

  • Gerechtshof Amsterdam deed uitspraak op 17 december 2024
  • Vervaltermijnen voor verborgen gebreken onder de AVA 2013 als oneerlijk jegens consumenten beoordeeld
  • Zaak betrof een klacht van een woningeigenaar over gebreken aan cementdekvloer, dak en tegelwerk
  • Vervaltermijnen vergeleken met stuitbare wettelijke verjaringstermijnen
  • Uitspraak kan gevolgen hebben voor andere standaard bouwvoorwaarden in Nederland

Praat met ons juridisch team

Vertel ons waarmee we kunnen helpen en een teamlid neemt contact met u op.

Contacteer ons